Kruiden

“Tegen elke kwaal is een kruid gewassen” is een oude volkswijsheid. Kruidengeneeskunde laat ons de kracht van kruiden zien. Kruiden worden sinds mensenheugenis toegepast. In de kruidengeneeskunde gaan we uit van de werkzaamheid van de gehele plant, de som is méér dan het totaal van de delen. Hierdoor hebben we niet alleen baat bij de bekende werkzame stoffen in een plant maar profiteren we ook van de energetische werking en van de nog onbekende heilzame stoffen in het kruid. Uitgaande van de natuurgeneeskundige diagnose wordt dat kruid gezocht dat het beste hierop aansluit. Welk orgaan of orgaanstelsel dient te worden gereinigd en/of gestimuleerd om het zelfgenezend vermogen te activeren en zo de oorzaak van de klachten weg te nemen.

Naar de werkzaamheid van geneeskruiden is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Hierdoor zijn inhoudsstoffen in kaart gebracht en is veel kennis verzameld. Er bestaan duidelijke internationale richtlijnen met betrekking tot het voorschrijven van kruiden. Hierbij worden bijwerkingen, interacties met andere geneesmiddelen en dergelijke beschreven. Vakkundigheid van de behandelaar is cruciaal voor de juiste toepassing.

Een kruidengeneesmiddel kan bijvoorbeeld ingenomen worden via een tinctuur. Dit is een geconcentreerd aftreksel van het kruid in alcohol. Inname gebeurt door enkele druppels met wat water te mengen. Bekende kruiden zijn onder andere lavendel, goudsbloem (calendula), paardenbloem en valeriaan.